Belastingvrije voet: Wat je moet weten in 2021

In 2021 zijn de bedragen voor de belastingvrije voet aangepast. Dit komt omdat de vermogensgrens hoger is geworden in de 3 schijven. Ook de vermogensmix is aangepast. De manier van belasting bereken blijft in 2021 hetzelfde. Maar wat houdt die belastingvrije voet precies in? En wat moet je weten over de aanpassing? Je leest het hieronder.

Wat is de belastingvrije voet? 

De belastingvrije voet wordt ook wel de beslagvrije voet genoemd. Je hebt recht op een zogeheten beslagvrije voet wanneer er beslag wordt gelegd op je inkomen. De beslagvrije voet is een deel van jouw inkomen waarop in feite geen beslag gelegd kan worden. De naam zegt het dus eigenlijk al. De Nederlandse overheid heeft dit ingevoerd omdat zij vindt dat iedereen recht heeft op een minimaal inkomen, ook wanneer je nog schulden moet afbetalen. Als de belastingvrije voet er niet was geweest zou het betekenen dat iemand zijn volledige inkomen kwijtraakt, met alle gevolgen van dien.

Over het algemeen is het zo dat de beslagvrije voet een vast percentage is. Namelijk 90% van de voor jou geldende bijstandsnorm. Toch is het ook vaak zo dat het hoger op lager uitvalt. Dit kan gebeuren bij bepaalde omstandigheden. Het is dus echt afhankelijk van de situatie. Een voorbeeld dat van invloed is, is de hoogte van je huur. Een deurwaarder heeft bepaalde gegevens van jou en zal de hoogte van de beslagvrije voet op basis van deze gegevens vaststellen.

De gezinssituatie

Een van de belangrijkste pijlers voor de hoogte van je beslagvrije voet, is de gezinssituatie waarin jij je bevindt. De wet hanteert deze categorieën:

  • alleenstaande
  • alleenstaande met kinderen jonger dan 18 jaar
  • gehuwden, samenwonenden, delers van een huishouden

Wanneer maak je aanspraak op de belastingvrije voet?

In principe maak je aanspraak op de belastingvrije voet wanneer er sprake is van periodieke betalingen. Bijvoorbeeld een uitkering, loon of alimentatie. Een rechter kan echter aangeven dat je alsnog recht hebt op de belastingvrije voet bij een andere vorm van betalingen. Het gaat er om dat de schuldenaar voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van de betalingen. Dit kan best ingewikkeld zijn in de praktijk. Een voorbeeld is een freelancer die zijn facturen niet krijgt uitbetaald van zijn opdrachtgever, die wordt gezien als een derde. Een deurwaarder zal in zo’n geval een derdenbeslag opleggen bij de derde partij, maar er geldt geen belastingvrije voet voor de freelancer

Belastingvrije voet in 2021

In 2021 is het heffingvrije vermogen in box 3 verhoogd naar € 50.000 of € 100.000 met fiscaal partner. De groep Nederlanders die box 3-belasting betaalt daalt hierdoor per 2021 met bijna 1 miljoen mensen. Over 2020 betaalt nog iedereen met vermogen boven de € 30.846 (of € 61.692 met fiscaal partner) belasting over het meerdere. Bijvoorbeeld over spaargeld of beleggingen zoals aandelen en obligaties.

Wat blijft hetzelfde en wat is er veranderd? 

Vanaf 2021 betaal je pas belasting over vermogen boven de € 50.000 of € 100.000. Dit gaat over het bedrag van jou en je fiscale partner. Bij een vermogen onder de € 50.000 of € 100.000 met fiscaal partner betaal je dus geen belasting.

Manier van belasting berekenen blijft hetzelfde

De manier van belasting berekenen in box 3 blijft in 2021 hetzelfde als voorgaande jaren.

  • er zijn 3 schijven;
  • er zijn 2 rendementsklassen. Een spaargedeelte en gedeelte beleggen;
  • er is een vaste vermogensmix voor iedere schijf. De vermogensmix is de verhouding tussen sparen en beleggen.

In 2021 veranderen de grenzen van de 3 schijven. Hieronder zie je wat de nieuwe grenzen zijn:

  • schijf 1 is € 50.000 tot € 100.000 (2020: €30.849 tot €103.643);
  • schijf 2 is € 100.000 tot € 1.000.000 (2020: € 103.643 tot € 1.036.418);
  • schijf 3 is vanaf € 1.000.000 (2020: vanaf € 1.036.418).

De vermogensmix blijft in 2021 ook hetzelfde. De Belastingdienst blijft rekenen met een vaste vermogensmix per schijf. Dit betekent dat ze ervan uitgaan dat spaarders een deel van hun vermogen sparen en een deel beleggen. De vermogensmix blijft hetzelfde in 2021:

  • in schijf 1 gaat de Belastingdienst uit van 67% spaargeld en 33% beleggingen;
  • in schijf 2 gaat de Belastingdienst uit van 21% spaargeld en 79% beleggingen;
  • in schijf 3 gaat de Belastingdienst uit van 100% beleggingen.

Berekening inkomen uit vermogen aangepast

De Belastingdienst berekent vanaf 2021 0,03% rendement over het spaargedeelte. Dit was 0,07% in 2020. Over het beleggingsdeel berekent de Belastingdienst 5.69% rendement, dit was in 2020 5,28%. Deze percentages gelden voor mensen uit box 3.

Verhoogde heffingvrije vermogen niet van invloed op toeslagen

Het nieuwe heffingvrije vermogen van 2021 heeft geen invloed op het wel of niet krijgen van toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Hieronder vallen toeslagen als zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget. Voor deze toeslagen gelden andere vermogensgrenzen. De nieuwe schijfgrenzen zijn ook niet van invloed op de eigen bijdrage in de langdurige zorg.

 

Ook interessant voor u